Hoofdstukken
Weer geen hoofdprijs
Je weet nooit of je een vroege mensachtige, of een vroege echte aap te pakken hebt.
Omdat mens en mensaap ooit een waren, moet er een laatste gemeenschappelijke voorouder zijn geweest. Al een kleine veertig jaar proberen onderzoekers te achterhalen wanneer die leefde. Ze vergelijken het DNA van de huidige mensen en mensapen en brengen de verschillen daartussen in kaart. DNA verandert geleidelijk door mutaties, en door te achterhalen in welk tempo dat gebeurt, kunnen moleculair-biologen berekenen wanneer het erfelijk materiaal van mens en mensapen nog aan elkaar gelijk was. De meeste berekeningen komen uit op 5 tot 7 miljoen jaar geleden.
Daarom dacht Tim White, een oud-leerling van Lucy-ontdekker Don Johanson, in 1992 de hoofdprijs te hebben gewonnen. Op amper 75 kilometer van de plaats waar Lucy lag, vond hij een reeks fossielfragmenten, vooral tanden en kiezen. Het gebit vertoont volgens hem een mozaïek van chimpansee en menselijke kenmerken. Simpel gezegd zijn de kiezen nog echt van een aap, terwijl de hoektanden al iets menselijker worden. Maar wat het wezen zo spannend maakt, is zijn ouderdom: 4,4 miljoen jaar, misschien maar een half miljoen jaar jonger dan het laatste gezamenlijke familielid van aap en mens.
Natuurlijk zijn velen het daar niet mee eens. De kritiek luidt onder meer dat White niet kan weten of hij een vroege mensachtige, of wellicht een vroege chimpansee had gevonden. Het is immers haast niet vast te stellen welke anatomische kenmerken de laatste gemeenschappelijke voorouder van aap en mens had. Wat hebben we van hem geërfd? Wat is er later uitsluitend in de menselijke evolutielijn ontstaan? Grote hersenen, dat is zeker, maar die kwamen pas erg laat.
White houdt het op tweebenigheid – volgens hem is dat de eigenschap die de eerste mensachtigen zich eigen maakte. Wat dat betreft heeft zijn onderzoeksgroep nog meer verrassingen in petto, want in 1993 werd er ongeveer een half skelet gevonden van een soortgenoot van het 4,4 miljoen jaar oude wezen. De botjes (waaronder een heupbeen, dijbeen, enkel en voetbeentjes) verkeren alleen in zo’n slechte staat, dat ze met veel omzichtigheid geprepareerd moeten worden. Dat moet eerst gebeuren voordat er over gepubliceerd kan worden. In het tijdschrift Science noemde White begin 2002 de vondst wel alvast ‘de steen van Rosetta die ons zal vertellen hoe onze voorouders op twee benen gingen lopen’.
Dat wezen zal dan inderdaad iets bijzonders moeten zijn, want hij dreigt nu al te worden overvleugeld door drie nieuwe ontdekkingen, allemaal gedaan in het nieuwe millennium. Die drie zijn hard bezig een revolutie in de paleo-antropologie te ontketenen.