dossierhoofdstuk
Hoofdstuk 7

Bent u ook nooit puber geweest?

Dean Simonton en Robert Sapolsksy over de puberteit. [Uitzending vrijdag 18 april]

De meesten van ons volgen - eenmaal volwassen - het liefst de uitgestippelde paden. Af en toe wat nieuw meubilair of een vakantie naar een onbekende bestemming is nog wel aan ons besteed, maar voor echte vernieuwing en verandering zijn we niet meer te porren. Hoe anders waren we als puber. Toen stonden we open voor allerlei nieuwe invloeden en probeerden we voortdurend aan alles wat bekend en voorgekauwd was te ontvluchten. Met alle risico's vandien.

Waarom wordt in de puberteit alles wat vertrouwd is onverdraaglijk en kiezen we ervoor om onze eigen weg te gaan? Wat gebeurt er dan in onze hersenpan en hoe valt dit gedrag evolutionair te verklaren?

Bijna alle dieren krijgen zodra ze seksueel actief worden een schop onder hun kont. Ze worden letterlijk het ouderlijk huis uit gegooid. Bij primaten ligt dat anders. Primaten worden niet weggejaagd, maar krijgen de kriebels en nemen vervolgens zelf de benen. In die zin zijn het net mensen, betoogt Robert Sapolsky in de uitzending.

Wat ons onderscheidt van andere primaten is wat dit gedrag voor gevolgen heeft voor onze cultuur. Dean Simonton, hoogleraar psychologie aan de Californie Universiteit in Davis, denkt dat we nog steeds in holen zouden wonen, als we niet de avontuurlijke drang hadden gehad om naar nieuwe dingen op zoek te gaan en van alles uit te proberen. Had Bill Gates keurig gedaan wat zijn ouders van hem wilden, dan had hij Harvard afgemaakt, was hij nooit de rijkste man ter wereld geworden en had hij nooit onze manier van leven veranderd.

Items

Dean Simonton

"Zonder pubers zouden we nu nog in holen leven.”

Het is een hele schok. Jarenlang heb je voor ze gezorgd. Ze gewassen, gekleed, in bed gelegd en toegestopt. Kwamen ze op schoot zitten om zich, met een duim in de mond, te laten voorlezen. Sloegen hun armen om je nek, zeiden dat jij de liefste was. Vielen vredig in slaap op de achterbank van de auto. En dan ineens worden het monsters. Treiterige pestkoppen, niet voor rede vatbaar. En alles wat jij doet, vinden ze stom. Om het simpele feit dat jíj een van hun ouders bent. En een ding is zeker: ze willen nóoit worden zoals jij.
 
Waarom doen pubers zo dwars? “Pubers hebben iets belangrijks te doen,” zegt Dean Simonton, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Californië in Davis. “Ze moeten hun plek vinden, een plaatsje zien te veroveren in de wereld. Ze moeten hun eigen identiteit vinden.” Maar wat die identiteit precies inhoudt, is niet zonder meer duidelijk. Worden ze popster, acteur, zakenman? Op die leeftijd is alles nog mogelijk. “The sky is the limit,” zegt Simonton. “En wat je pubers ziet doen, is een hoop verschillende identiteiten uitproberen, zoals je kleren past voor een feestje. Dat is moeilijk bij te houden voor ouders. Je rent eigenlijk altijd achter de feiten aan.”
 
Het is een woelige periode, de puberteit. Testosteron en oestrogenen gieren door je lichaam, onbekende emoties dienen zich aan. Niets is meer wat het was, en alles moet opnieuw tegen het licht gehouden worden. Ook de hersenen trekken in de puberteit nog een laatste groeisprintje. Vooral de prefrontale kwabben maken nog een ontwikkeling door. Al dat gepuber is dan ook niet verwonderlijk, vindt Simonton: “De prefrontale kwabben zijn verantwoordelijk voor je zelfbeeld. Bovendien zijn ze betrokken bij het maken van plannen. Gedurende je puberteit groeit het deel van je brein dat bepaalt wie je bent dus nog uit. En die ontwikkeling gaat door tot je ergens halverwege de twintig bent. Tegen die tijd heb je hopelijk uitgevonden wie je bent, wat je wilt doen in dit leven. Zo niet, dan krijg je dat tijdens je midlife-crisis alsnog op je bord.”
 
En om uit te vinden wie je wilt zijn, is het zaak zoveel mogelijk verschillende dingen uit te proberen. Liefst buiten het zicht van je ouders. Want hoe goed ze het ook bedoelen, de kans dat ouders een juiste keuze voor hun kinderen maken is volgens Simonton nagenoeg nihil. “Al is het alleen maar omdat de wereld waarin de kinderen opgroeien, een heel andere is dan die waarin de ouders opgroeiden. En stel je voor dat je het als kind zou moeten doen met de kennis die je ouders hebben over computers en internet.”
 
Eigenlijk moeten we pubers dankbaar zijn, stelt Simonton, want dankzij hen ontwikkelt de samenleving zich telkens een stapje verder. “Zij zijn het meest innovatieve, het meest progressieve deel van onze maatschappij. Ze zijn op de hoogte van de laatste snufjes, de nieuwste technologie, de hipste muziek. Ze pakken nieuwe dingen als eerste op. Zonder die drang tot vernieuwing zouden we nu waarschijnlijk nog steeds in holen leven.”
 
Wat je in de tussentijd met je lastige puberzoon of –dochter aan moet, weet Simonton – zelf vader van een 14-jarige puberdochter – ook niet goed. “Geef ze de ruimte om uit te vinden wie ze zijn. Geef ze de vrijheid. En leg ze hooguit beperkingen op als hun veiligheid in gevaar komt.” En verder is het geduldig afwachten tot ze uitgepuberd zijn. Want dat moment komt. Bij de meesten.

Robert Sapolsky

"Apen puberen ook"

“De meesten van ons hebben een hekel aan vernieuwing. In een restaurant bestellen we elke keer hetzelfde. We hebben al jaren dezelfde vrienden. We beluisteren telkens dezelfde drie CD’s. Behalve in onze puberteit. Dan is iets uitproberen louter om het uit te proberen ineens het meest aantrekkelijke dat er bestaat.”
 
Op zijn twintigste verliet Robert Sapolsky, hoogleraar neurologie en biologie aan de universiteit van Stanford, het ouderlijk huis, en reisde af naar Afrika. Hij deed het in zijn broek van angst. “Het was verschrikkelijk. Spannend. Angstaanjagend. Maar er was niets ter wereld dat me ervan kon weerhouden.” Sapolsky kwam er terecht bij een groep bavianen, en werd een van hen. Zijn belevenissen tekende hij op in het boek ‘Herinneringen van een mensaap’. Nog steeds gaat hij elk jaar drie maanden op bezoek bij zijn ‘familie’.
 
En ook Sapolsky’s bavianen puberen. “Natuurlijk, het is anders dan bij mensen. Ze rollen niet aanstellerig met hun ogen bij een belachelijke opmerking van hun ouders, hangen niet verveeld achterover bij een familiebijeenkomst.” Maar verder is er niet veel verschil, meent Sapolsky. Op een goed moment nemen ze de benen, krijgen ze de kriebels. “Dat maakt primaten – en mensen – uniek.”

Bij alle anderesociale diersoorten verlaat een van beide geslachten op een goed moment de groep – dat moet wel, om inteelt te voorkomen – maar dat gebeurt altijd onder dwang. Het alfamannetje verstoot ze uit de groep, schopt ze de wijde wereld in. Maar bij bavianen, chimpansees en mensen trekt de puber er zélf op uit. “Ineens zit je daar, en word je weer door dezelfde ouwe aap gevlooid. En dan wil je het uitschreeuwen, want ginds in het bos zitten andere apen, nieuwe apen, en je weet niet hoe snel je weg moet komen.”
 
Puberen is van alle tijden, meent Sapolsky. “Hier vlakbij is een grot in de bergen, veel toeristen gaan er naar toe. Er is een schacht van tachtig meter diep. Nu is er een trap waarlangs je naar beneden kan. Op de bodem van die schacht vonden archeologen skeletten van 5000 jaar oud, allemaal twintigers, mannen. De volken die hier toen leefden hadden geen offercultuur, dat was het dus niet. Je ziet dat het altijd de jongeren zijn die risico’s nemen, op onderzoek uit gaan. Je zult een zestiger niet horen zeggen ‘Hee, wat zou er gebeuren als ik nóg een stapje in het donker zet?’”

Het is een riskante bezigheid, puberen. “Veel nieuwe plekken die je verkent blijken oninteressant, of gevaarlijk. Misschien is er geen voedsel, misschien overleef je het niet.” Maar het is een stategie die op de lange duur loont, daar is Sapolsky van overtuigd. “Wij mensen bezetten alle denkbare ecosystemen op aarde, we hebben ons overal weten aan te passen, weten te overleven. En bavianen nemen de tweede plaats in.”