artikel
Verstuur ma 23-11-2009 16:45

Apenrimpels en pruillippen

Reconstructies van Kennis en Kennis

Hoe breng je de prehistorie in beeld? De tweelingbroers Adrie en Alfons Kennis zijn paleo-artists. ‘Wij zijn gelukkig geen wetenschappers.’

‘Aap of mens, wat denk je? Aap of mens?’
Ongeduldig houdt Adrie Kennis twee koppen voor mijn neus. Het eerste exemplaar heeft grote, dikke wenkbrauwen die over zijn oogkassen hangen. En een plat voorhoofd. Ik zou zeggen dat dat meer richting aap gaat. Maar ik word in verwarring gebracht door zijn pruillip. Adrie moet er om lachen. Ondertussen staat tweelingbroer Alfons Kennis met twee andere koppen te dringen: ‘Aap of mens? Aap of mens?’

Ik heb niet alleen moeite met het uit elkaar houden van apen en mensen, maar ook met ‘Ad’ en ‘Al’. Ze praten aan één stuk door en vaak ook nog door elkaar heen. Met een onvervalst Brabants accent. Vrijwel elke zin wordt ingezet met een oerkreet. ‘Moet je kijken, deze heeft zooooo’n bumper op z’n kop, bwaaooh!’

Kennis en Kennis, zo noemen ze zichzelf. De tweeling maakt prachtige reconstructies en illustraties van prehistorische mensen en dieren. Allemaal volgens de laatste wetenschappelijke inzichten. Ze doen dit in opdracht van grote internationale musea maar ook voor bladen als National Geographic. In november varen ze een stukje mee aan boord van de Beagle.

Maar eerst is er nog een grote opdracht voor het Senckenbergmuseum in Frankfurt. Aan de hand van 26 koppen willen ze de evolutie van de mens verbeelden.
Alfons: ‘De meeste musea doen dat in drie stappen.’
Adrie: ‘Zo’n ABC-tje. Eén, twee, drie. Klaar.’
Alfons: ‘Wij willen juist laten zien dat de evolutie van de mens heel langzaam is gegaan en dat er allerlei varianten tegelijkertijd leefden.’
Adrie graait in een kartonnen doos. ‘Moet je kijken, deze was zo klein.’ Hij houdt het hoofdje op heuphoogte. ‘Hij liep ook rechtop maar hij werd geen mens.’

Schone witte schedeltjes
Het beroep dat Kennis en Kennis uitoefenen is zeldzaam, in Nederland zijn er maar drie ‘paleo-artists’. Er bestaat geen opleiding voor, Adrie en Alfons zijn volledig selfmade.

Hun fascinatie voor de prehistorie begon al vroeg. Op de lagere school kleiden ze oermensen, poppen met grote oren en ogen die diep in de oogkas lagen. Met stukjes tapijt gaven ze de poppen een kapsel. Ten tijde van de film Starwars gaven ze hun koppen buitenaardse trekjes, ‘wel oermensen, maar dan van een andere planeet.’

Op de middelbare school gingen ze aan de slag met echte schedels. Op de fiets naar school verzamelde Adrie alles wat dood langs de weg lag: katten, honden, egels, een geitje, een meeuw. Omdat ze alleen de schedel wilden hebben, zaagde hij het hoofd af met een zaag die hij in zijn rugzak tussen de schoolboeken klemde. In een schuur in hun achtertuin in het Brabantse Veghel kookten ze samen de schedels zorgvuldig uit op een elektrisch kookplaatje. Toen de broers een paardenschedel uitkookten, sloegen de stoppen door en zaten vader en moeder Kennis binnen in het donker.

In de zomer stonk het ook altijd een beetje in de schuur. Hun ouders vonden het allemaal nogal smerig, ‘maar als we uiteindelijk met mooie witte schedeltjes binnenkwamen, vonden ze het wel interessant.’
Adrie: ‘We gingen ook langs bij slachthuizen.’
Alfons: ‘En dan zeiden ze: “Kijk achter maar in die ton.” Een hele grote ton met darmen en rotzooi en shit.’
Adrie, lachend: ‘Dan graaide hij met zijn arm in die ton, grrrpf.’

Naar eigen zeggen konden ze ‘helemaal niks’ op school. Alfons mocht MAVO proberen, Adrie LBO. In Engels en Wiskunde waren ze slecht. Terwijl ze nu zware wetenschappelijke bladen als Science en Nature uitpluizen.
Adrie: ‘Die vind ik makkelijker te lezen dan een Engels romannetje, daar weet ik de woorden niet van.’
Alfons: ‘Maar ja, als je informatie wilt weten over iets ..,’
Adrie: ‘.. iets nodig hebt,’
Alfons: ‘als iets je interesseert, doe je heel veel moeite om te achterhalen,’
Adrie: ‘.. en te begrijpen, he?’
Alfons: 'Te begrijpen wat er staat, en dan wil het wel.’

Tijdens de tekenopleiding die ze beiden volgden, werden ze ook actief bij de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren in Nijmegen. Zo kwamen ze in contact met wetenschappers en raakte alles in een stroomversnelling. Achter de schermen bij musea zagen ze hoe één prehistorisch botje tot een volledige reconstructie kon leiden. Al snel werden ze gevraagd om een kinderboek te illustreren, ‘De Oervogel’. Het boek werd in 2000 bekroond met de Vlag en wimpel, de prijs voor het best geïllustreerde kinderboek.

Kauwspieren
De broers hebben inmiddels een gasmasker opgezet. Adrie giet wat poeder en vloeibare hars bij elkaar. Hiermee vullen ze de siliconen mallen van de oermenshoofden.‘Dit is het domme werk,’ zegt Alfons, bijna onverstaanbaar door het masker. Zachtjes draaien ze de hoofden rond. De hars moet in elke holte komen zodat iedere rimpel en spier straks op de kop te zien is. Anders is al het voorwerk voor niets geweest.

Kennis en Kennis werken volgens methoden die ook bij forensische reconstructies worden gebruikt. Met afgietsels van skeletonderdelen worden de koppen nauwkeurig in elkaar gezet. Met klei brengen ze vervolgens de spieren en het vetweefsel aan. Over elke rimpel en kauwspier is nagedacht. De broers weten precies wat waar moet zitten, niet alleen door alle boeken die ze hebben gelezen maar ook doordat ze zoveel dieren hebben ontleed.

Karaktertjes
Het komt wel eens voor dat een opdrachtgever vindt dat dingen over moeten. Omdat de wetenschapper in kwestie een andere wetenschappelijke theorie aanhangt.
Adrie: ‘In Duitsland zeggen ze: Die Neanderthalers zijn niet zo gespierd, kijk maar naar de botaanhechting.’
Alfons: ‘Maar Amerikanen maken er met dezelfde botten enorme bodybuilders van. Met een sixpack en van die blonde kuiten. Wij houden het liever wat soberder, anders wordt het echt cliché op cliché.’

Adrie: ‘Wij zijn gelukkig geen wetenschappers. Omdat we geen wetenschappelijke titel hebben, kunnen we nergens over publiceren. Maar daarom hebben wij wel meer afgietsels van oermensschedels en aapmensschedels thuis liggen dan welk museum in Nederland dan ook. Wij fietsen eigenlijk overal tussendoor.’

In oktober 2008 haalden Kennis en Kennis de cover van het tijdschrift National Geographic met een reconstructie van Wilma, een vrouwelijke Neanderthaler. Op basis van DNA uit 43.000 jaar oude botten gaven de broers het kleine vrouwtje een grove kop en woest, rood haar. Toen de reconstructie helemaal af was, moesten ze Wilma toch nog een speer in de hand geven. Zodat haar tepels op de cover bedekt zouden zijn. ‘Terwijl dat bij Aboriginals dan weer wel mag!’

National Geographic wilde Wilma fotograferen in de Picos de Europa in Spanje, het natuurgebied waar de botten met het DNA waren gevonden. Voor zonsopgang liepen Adrie en Alfons met de naakte Wilma onder de arm een berg op, gevolgd door de hele crew van het blad. Een parkwachter zag het tafereel door zijn verrekijker en kwam bezorgd polshoogte nemen. ‘Ze dachten dat we met een pornofilm bezig waren.’ De drie foto’s die in het blad verschenen, kostten in totaal 6 maanden werk.

De leukste en moeilijkste fase van hun werk vinden ze uiteindelijk het maken van 'een karaktertje’.
‘Als ik iets af heb en Adrie kijkt niet vrolijk, dan weet ik precies hoe laat het is. Dan klopt het karaktertje niet.’
Adrie: ‘Ik wil mensen verrassen. Bijvoorbeeld die pruillip, die zet je even op het verkeerde been. Ik wil niet dat mensen denken: wat een goede prehistorische kop. Liever heb ik dat ze denken: die lijkt op tante Mien.’

Susanne Linssen

Dit artikel is deze week ook te lezen in de VPRO-Gids.

  • jacqueline witte

    2 december 2009

    Beste broertjes, "De oervogel" is prachtig geïllustreerd maar het is de boeiende tekst van schrijvers Ruud Hisgen en Arno van Berge Henegouwen en die in 1999 de Vlag en Wimpelprijs heeft gekregen. Met vriendelijke groeten, Jacqueline Witte

  • we.e.olthoff

    27 november 2009

    Goed en interressant werk leuke hobby ook Kookte zelf ook ooit een vogelkop uit ligtin de boekenkast tussen historische gegevens,

  • Jan Boon

    26 november 2009

    Ja heerlijk, zoals die mannen bezig zijn. Wat een verschil met priesters die alleen maar praten wat "overgeleverd" is in de geschriften van een bepaalde religie. Er zijn 5000 religies op de wereld en ieder heeft zijn eigen verhaal. Geef mij dan maar de gebr.Kennis. Die hebben EEN verhaal, dat tastbaar is. Ik geniet hiervan. Jan Boon

  • s.v.l.

    25 november 2009

    Hèh !! Wat een heerlijk stel en wat een goed artikel! ( maar een triest gevoel bij die ton met afval)

Voeg uw reactie toe

  • Uw naam

    E-mail

  • Reageer