artikel
Verstuur ma 2-11-2009 17:28

De nieuwe rassenkaart

Genetici maken een stamboom van de mensheid

Geef me je genen en ik vertel wie je voorouders waren. Onder dat motto schuimen onderzoekers de wereld af. Het doel: de ultieme stamboom der volkeren.

Er bestaat tegenwoordig maar één soort mens, Homo sapiens, en die komt vrijwel overal ter wereld voor. In rivierdelta’s, savannes en hooggebergten, van de tropen tot de poolstreken, geen plek zo gek of er leven mensen. Vaak zijn ze daar al zo lang gevestigd, dat de evolutie de kans heeft gekregen om subtiele veranderingen aan te brengen, zegt Peter de Knijff, hoogleraar populatie- en evolutiebiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum.

“Als je verschillen ziet tussen het uiterlijk van oorspronkelijke bevolkingsgroepen, dan kun je dat meestal verklaren door aanpassingen aan het lokale klimaat. Spleetogen als bescherming tegen zandstormen in de Mongolische woestijn of overmatige zon en kou aan de Noordpool. Maar er zijn ook dingen die we niet snappen. Blauwe ogen bijvoorbeeld. Die komen van nature alleen maar in het westen van Azië en in Europa voor. Men denkt dat het een toevalsmutatie is, die mensen zo aantrekkelijk maakte, dat hij zich als een olievlek over de populatie heeft verspreid. Een kwestie van smaak dus.”

De mens als diersoort
Verschillen tussen volkeren zijn fascinerend, vindt de Knijff. Als bioloog beschouwt hij de mens als een diersoort, waarvan hij de evolutie wil begrijpen. Hij deelt hij de mensheid niet in rassen in, zoals wetenschappers lang hebben geprobeerd. Niet om politiek correct te zijn, maar omdat het wetenschappelijk gezien geen hout snijdt. “Voor rassen zoals je die hebt bij honden, katten en tomaten kun je een serie criteria definiëren die op ieder individu van toepassing zijn. Bij mensen gaat dat gewoon niet. Verschillen zijn altijd gradueel. Er is, in ieder geval de afgelopen twintigduizend jaar, altijd migratie geweest, met een zekere mate van genetische vermenging tot gevolg.”

Angst voor racisme staat dit soort onderzoek nauwelijks in de weg, maar bestaat wel degelijk. “Duitse onderzoekers die iets ouder zijn dan ik, hebben heel veel problemen met sommige dingen die wij doen, zoals het uitzoeken van verbanden tussen genetische factoren en uiterlijke kenmerken van bevolkingsgroepen als huidkleur en haarkleur. Dat wordt echt eugenetisch werk gevonden, klassiek nazistisch onderzoek. Die associatie, daar zijn zij nooit overheen gekomen. Ze weten dat ze het niet kunnen tegenhouden, maar ze zullen er niet aan meewerken.” 

Twee routes
Waar hij ook woont, ieder mens heeft Afrikaanse wortels, zegt de geneticus. “We weten dat er 150 duizend jaar geleden mensen rondliepen met skeletten die sterk leken op die van nu, maar tot zeventigduizend jaar geleden hebben die geen voet buiten Afrika gezet. Pas vanaf zestigduizend jaar geleden hebben ze zich via twee routes, langs de kust van Zuid-Azië en ten noorden van de Himalaya, over heel Eurazië verspreid. Australië was vijftigduizend jaar geleden aan de beurt, Amerika pas iets meer dan twaalfduizend jaar geleden.”

Dat zijn de grote lijnen. Over de details zijn nog veel open vragen, en De Knijff is natuurlijk niet de enige die zich daarover buigt. Archeologen proberen de bewegingen van beschavingen te reconstrueren, linguïsten bestuderen de verwantschappen tussen talen, maar het zijn de laatste tijd vooral de genetici die snelle vooruitgang boeken.

De bekendste is zonder twijfel Spencer Wells, de veertigjarige voortrekker van het veertig miljoen dollar kostende Genographic Project. De Beagles van de VPRO ontmoeten hem meerdere malen. Wells reist al jaren naar de gekste plekken om DNA te verzamelen van zo veel mogelijk verschillende mensen. Het belangrijkste doel is een reconstructie van de menselijke migratie over de aardbol, of anders gezegd: een stamboom van alle volkeren. Een mooi streven, vindt De Knijff, en die projectmatige aanpak maakt het overzichtelijk. “Maar we zouden er ook zonder zo’n project wel komen.” 

Bhutan en Nepal
Zelf heeft de Leidse bioloog zich gestort op de bevolking van de Himalaya, een gebergte met veel verschillende volkeren, die heel uiteenlopende talen spreken. Tijdens expedities in Bhutan en Nepal verzamelde hij DNA van tientallen stammen die op erg moeilijk bereikbare plaatsen wonen. “Bhutan is een land waar de infrastructuur bestaat uit gravelweggetjes die zijn uitgehakt in de rotsen, waar je hooguit 20 kilometer per uur kunt rijden. Daarmee kom je lang niet overal, dus we moesten ook nog veel lopend doen. We gingen door het bos naar ontmoetingsplaatsen, waar we hadden afgesproken met mensen die soms wel drie dagen moesten lopen om naar ons toe te komen. En daarna weer terug.”

Daar kregen ze een onkostenvergoeding voor, zegt de Leidse bioloog, maar de belangrijkste reden dat mensen meededen was iets dat vrijwel alle mensen op aarde hebben: nieuwsgierigheid naar hun afkomst. Hoe stel je die nou vast? Van ieder mens alle voorouders opsporen kan natuurlijk niet, maar genetici hebben wel twee troeven in handen: het Y-chromosoom, dat alleen van man op man overerft, en het mitochondriaal DNA, dat juist van vrouw op vrouw wordt doorgegeven. Het DNA verandert daarbij niet, afgezien van spontane kopieerfoutjes. Handig: de kans op zulke foutjes is klein, maar stabiel. Hoe meer verschillen er dus zijn tussen de Y-chromosomen van twee mannen, hoe langer het geleden is dat hun laatste gezamenlijke voorvader leefde. Gezamenlijke voormoeders zijn te vinden via het mitochondriale DNA. Maar over vaders van moeders en moeders van vaders kom je zo niets te weten. 

Verrassende voorouders
Op deze manier kijk je eigenlijk naar het DNA van slechts twee van iemands talloze voorouders. Dat levert soms grote verrassingen op, vertelt De Knijff. “Er zijn in Engeland een aantal boerenfamilies, in Lancaster, die echt het meest klassieke centraal-Afrikaanse Y-chromosoom hebben wat je maar kunt verzinnen. De meest logische verklaring is dat de Romeinen Afrikaanse huurlingen hadden – daar zijn ook notities van - die daar zijn blijven hangen. Hun DNA is natuurlijk sterk verdund geraakt, en uiterlijk zie je niets bijzonders aan hun afstammelingen, maar het Afrikaanse Y-chromosoom is gebleven.”

Oorspronkelijke culturen hebben meestal hun eigen verhalen over hun afkomst. Vaak is er een schepper in het spel, die poppetjes kleit en er leven in blaast, de mensheid uitkotst na een heftige aanval van buikpijn of de eerste mensen op een andere manier op de wereld zet. Het verhaal van de genetici gaat daar natuurlijk lijnrecht tegenin. Helpen ze zo niet mee aan de teloorgang van de culturen die ze bestuderen? 

Tradities en normen
“Nou, dat is wel een punt van zorg. In Bhutan gaat het besef van geschiedenis niet verder dan de introductie van het Boeddhisme, zo’n zevenhonderd jaar na Christus. Dus als jij dan bij ze komt met een verhaal over gebeurtenissen van dertigduizend jaar geleden, dan gaan ze nadenken. Daar hebben we vooraf uitgebreid over overlegd. Het staat natuurlijk niet op zichzelf wat wij doen, de hele samenleving is aan het veranderen. De lokale overheden willen graag het hele land op een hoger niveau brengen, maar wel op een manier waarbij lokale tradities en normen bewaard blijven. Met de Aboriginals in Australië is dat bijvoorbeeld faliekant misgegaan. Bhutan is een land dat heel erg probeert te leren van de fouten van anderen. Of dat lukt, dat weten we misschien pas over 25 of 30 jaar.”

Tot slot: wat weet De Knijff eigenlijk over zijn eigen afstamming? “Heel weinig. Ik gebruik mezelf wel als proefpersoon bij allerlei testen, maar ik benut dat niet om meer over mijn afkomst te weten te komen. Dat interesseert me gewoon niet zo. Ik ben volgens mij een afstammeling van jagers, en ik weet ook dat mijn Y-chromosoom en mijn mitochondriaal DNA relatief veel voorkomen in het zuidoosten van Europa, dus zeg maar tussen de Balkan en Turkije. Maar wat dat nou betekent? Dat weet ik pas zeker als we van veel meer Nederlanders dat DNA in kaart gebracht hebben.”

Elmar Veerman

[Dit artikel verschijnt ook in de VPRO gids]

  • S.v.Latum

    3 november 2009

    Toch is er een nieuw fossiel ontdekt van een primaat in Myanmar.Wat laat zien dat de afstamming van de mens en aap ook in Azië te vinden is.Die primaat is 37miljoen jaar oud. Een mensaap overigens, volgens het Franse onderzoekscentrum CNRS. Men ging er altijd vanuit dat die mensachtigen alleen in Afrika werden gevonden De nieuwe vondst: "Ganlea megacanina" laat dus wat anders zien.En waarom zou je dan niet denken, dat ook in Azië het mensdier' door evolutie mens werd? Hebben de continenten vroeger geen eenheid gevormd? Dus kon het begin van de evolutie ook overal aanvangen?

  • Bart

    3 november 2009

    Beste de Wijs, Dat zou wel kunnen maar tot nu toe is er niet veel bewijs voor. In de mitochondriale lijn (alleen de zuiver maternale, vrouwlijke lijn)en de Y-chromosomale lijn(paternaal/ mannelijke lijn) is er geen aanwijzing voor gevonden. Maar in de autosomale chromosomen is het niet duidelijk(teminste tot vorig jaar). Het is natuurlijk wel waarschijnlijk dat er iets van vermenging is geweest maar het lijkt er op dat het niet een heel groot aandeel was. Dat de huidige rassen verdwijnen is niet per definitie waar. Mendel heeft immers bewezen dat het 'blended inheritance'-model niet klopt. Wel zullen er steeds meer mensen zijn die een diverse oorsprong hebben omdat er meer mensen komen. Maar dat is de korte termijn. Als de mensheid weer kleiner wordt zal de relative afstand tussen mensen weer toenemen en zullen er door toeval, seksuele selectie en evolutie weer aparte groepen ontstaan.

  • de Wijs

    2 november 2009

    Vraagje: Zou het mogelijk kunnen zijn dat de mensen die uit afrika wegtrokken en anderemensachtigen tegenkwamen zich vermengde met deze mensachtigen en ze zo opnamen in hun genen in plaats van uitroeien?. Zo denk ik b.v. dat de neanderthaler ook vermengd kan zijn met de homo-sapiëns in plaats van uitgeroeid door deze modernere soort . Evengoed als de huidige rassen zich met elkaar zullen vermengen en over een aantal decennia samengesmolten zullen zijn tot één mensensoort.

Voeg uw reactie toe

  • Uw naam

    E-mail

  • Reageer