Wisselende wraakzucht
In sommige culturen wordt samenwerking afgestraft
Veel mensen houden ervan om anderen te straffen als die zich heel sociaal opstellen, tonen speltheoretische experimenten aan. Maar die op het eerste gezicht vreemde neiging is niet in alle culturen even groot. Hoe meer vertrouwen in het gezag er heerst, hoe beschaafder de spelers zich opstellen.
Zulke egoïstische geldwolven als de klassieke economische theorie van ze maakt, zijn de meeste mensen in werkelijkheid helemaal niet. Ze zijn best bereid tot het weggeven van geld als de groep waartoe ze behoren, daar beter van wordt, blijkt uit experimenten. Bovendien leggen ze vaak zelfs geld toe om anderen te straffen wanneer die zich wél opstellen als nare egoïst.
Dit soort dingen is de laatste jaren aan het licht gekomen dankzij de speltheorie. Daarbij worden mensen bestudeerd die keuzes maken in eenvoudige economische experimenten (games of ‘spellen’). Bijvoorbeeld het spel waarover Benedikt Herrmann, Christian Thöni en Simon Gärchter deze week schrijven in Science. De onderzoekers lieten studenten in zestien landen hetzelfde spel doen, een variant op het klassieke ‘publieke goederen spel’. Dat leidde tot heel verschillende resultaten, die de onderzoekers toeschrijven aan cultuurverschillen.
Vier deelnemers, die elkaar niet kenden, kregen ieder twintig muntjes die echt geld vertegenwoordigden. Die mochten ze óf in de gezamenlijke pot doen, óf zelf houden. Wat er na de inleg in de pot zat, werd met 40 procent vermeerderd en daarna gelijk verdeeld onder de vier deelnemers, of die nu aan de pot hadden bijgedragen of niet. Zo ging dat tien ronden achter elkaar. De studenten kregen steeds te zien hoeveel elke speler aan de gezamenlijke kas had bijgedragen.
De resultaten van deze eerste versie van het spel waren niet schokkend. Vrijwel in alle groepen liep de inleg tussen ronde één en ronde tien gestaag terug. Niet zo raar, want wie het minste inlegde, profiteerde altijd het meest. Toch waren er wel verschillen tussen de groepen uit verschillende landen. Sommige legden consequent meer in dan andere.
Bij de tweede versie van het experiment werd het pas echt interessant. Deelnemers mochten nu na elke ronde geld inleggen om medespelers anoniem te straffen, bijvoorbeeld als ze vonden dat die medespelers zich niet sociaal genoeg hadden opgesteld. Voor elke munt die ze inlegden, moest de gestrafte drie munten inleveren, zonder dat hij te weten kwam wie hem die streek had geleverd. Wie niets aan de pot bijdroeg, kon dus gestraft worden. En dat gebeurde ook, in alle landen. Maar daar bleef het niet bij.
In sommige landen tastten de studenten ook graag in hun buidel om medespelers te bestraffen die juist méér inlegden dan zijzelf. Dat vreemde fenomeen was wel eerder gezien, maar slechts hier en daar, en het is in de wetenschappelijke literatuur tot nu toe vrijwel genegeerd. Herrmann en zijn collega’s zagen dat het in bepaalde landen vrijwel niet optrad, maar in andere landen heel veel.
Waarom willen spelers betalen om anderen te straffen, terwijl die hen juist hebben geholpen om meer geld te verdienen? Dat hebben de onderzoekers niet aan de betreffende studenten gevraagd. Maar ze hebben wel een paar ideeën. Waarschijnlijk is wraak een motief, stellen ze, en bovendien blijkt uit eerder onderzoek dat mensen straffen gewoon lekker vinden.
Inderdaad straften mensen in een aantal landen meer naarmate ze zelf vaker gestraft waren. Dat waren dezelfde landen waar de inleg in de eerste ronde het laagste was. Groepen met een lage inleg en veel straf voor brave borsten haalden uiteindelijk natuurlijk het minste geld binnen. Werd er veel ingelegd en alleen gestraft bij een lage inleg, dan gingen de deelnemers allemaal veel geld in de pot storten en kon iedereen dus met veel geld naar huis.
Waar zaten de beste samenwerkers? De uitslagen van Boston (VS), Kopenhagen (Denemarken), St Gallen (Zwitserland), Zürich (ook Zwitserland), Nottingham (GB), Bonn (Duitsland), Melbourne (Australie) en Chengdu (China) ontliepen elkaar niet zo veel. Alleen klaplopers werden daar bestraft, anderen niet. En de gemiddelde inleg stabiliseerde in de loop van het spel op een hoog niveau, tussen de vijftien en achttien munten.
Hoe anders ging het eraan toe in Muscat (Oman), Athene (Griekenland), Riyad (Saoedi-Arabië) en Istanboel (Turkije) . Vooral de Saoediers en de Grieken gaven veel uit aan het straffen van medespelers die veel inlegden. De gemiddelde inleg stabiliseerde hier rond de zes munten. Jammer voor alle spelers, want ze gingen daardoor met aanzienlijk minder geld naar huis dan de Amerikanen of de Denen.
Uiteraard vroegen de onderzoekers zich af hoe het kwam dat de studenten in uiteenlopende landen zich zo verschillend opstelden. Het had vast met hun cultuur te maken. En daar zijn cijfers van, bijeengebracht in eerder onderzoek.
In de ‘World Values Survey’ hebben wereldburgers onthuld in hoeverre ze belastingontduiking, zwartrijden en het onterecht opstrijken van een uitkering verwerpelijk vonden, kortom: hoeveel ontzag ze hebben voor de wet. En een ander onderzoek maakte per land een getal van de mate waarin mensen vertrouwen hebben in de rechtsorde, bijvoorbeeld politie, justitie en hun medeburgers.
Hoe minder ontzag en vertrouwen er in een land werd gemeten, hoe harder de brave borsten in het spel er gestraft werden. In zulke landen vertrouwen mensen meer op hun eigen groep, opperen de onderzoekers. En daar hoorden de medespelers per definitie niet bij.
Het spel is een goed model voor allerlei samenwerkingsverbanden in het echte leven, aldus de onderzoekers, dus de consequenties van zulk a-sociaal gedrag kunnen groot zijn. Dat schept weinig vertrouwen in de economieën van Griekenland, Oman en Turkije.
Elmar Veerman
Benedikt Herrmann, Christian Thöni en Simon Gächter: ‘Antisocial punishment across societies’, Science, 7 maart 2008
Reacties